Hier zijn een aantal Nederlandse uitdrukkingen voor gesprekken met mensen die u al kent.
Vragen hoe het met iemand gaat
| Hoe gaat het? |
| Hoe gaat het met je? |
| Hoe staat het er mee? |
| Alles goed, dank je |
| Het gaat oké, dank je |
| Prima, dank je |
| Niet zo goed |
| Hoe gaat het met jou? |
| En met jou? |
Vragen wat iemand doet of heeft gedaan
| Wat ben je van plan? |
| Wat heb je gedaan de laatste tijd? |
| Veel aan het werk |
| Veel aan de studie |
| Ik heb het erg druk gehad |
| Hetzelfde als altijd |
| Niet veel |
| Ik ben net terug van … |
| Portugal |
Vragen waar iemand is
| Ik ben … |
| thuis |
| op het werk |
| in de stad |
| op het platteland |
| in de winkel |
| in de trein |
| bij Thomas |
Naar iemands plannen vragen
| Heb je plannen voor de zomer? |
| Wat ga je doen met …? |
| Kerst |
| Oud en Nieuw |
| Pasen |