Algemene conversatie

Hier zijn een aantal Duitse uitdrukkingen voor gesprekken met mensen die u al kent.

Vragen hoe het met iemand gaat

Wie geht es dir?Hoe gaat het met je?
Wie geht'sHoe gaat het? (informeel)
Wie läuft's?Hoe staat het er mee? (informeel)
Mir geht es gut, dankeAlles goed, dank je
Mir geht es ganz gut, dankeHet gaat oké, dank je
Ganz gut, dankeAlles goed, dank je
Geht soHet gaat goed
nicht so besonders of nicht so gutNiet zo goed
Und dir?En jij? (als antwoord op wie geht es dir? of wie geht's)
Und selbst?En met jou?

Vragen wat iemand doet of heeft gedaan

Was machst du gerade?Wat ben je van plan?
Was hast du so gemacht?Wat heb je gedaan de laatste tijd?
Viel gearbeitetVeel aan het werk
Viel zu tun gehabt für die UniVeel aan de studie
Ich habe viel zu tun gehabtIk heb het erg druk gehad
Alles wie immerHetzelfde als altijd
Nicht vielNiet veel
Ich komme gerade aus … zurückIk ben net terug van …
PortugalPortugal

Vragen waar iemand is

Wo bist du?Waar ben je?
Ich bin …Ik ben …
zu Hausethuis
auf der Arbeitop het werk
in der Stadtin de stad
auf dem Landop het platteland
beim Einkaufenin de winkel
im Zugin de trein
bei Stefanbij Stefan

Naar iemands plannen vragen

Hast du schon Pläne für den Sommer?Heb je plannen voor de zomer?
Was machst du …?Wat ga je doen met …?
an WeihnachtenKerst
an SilvesterOud en Nieuw
an OsternPasen
Was machst du am Wochenende?Wat ga je dit weekend doen?
sound

Voor alle Duitse uitdrukkingen op deze pagina is geluid beschikbaar — klik eenvoudigweg op een uitdrukking om hem te beluisteren.